.

Machiel Westerdijk 1922-2001
Vader in WOII van januari t/m juni 1945.

.

Het "Persoonsbewijs" (PB) was een identiteitskaart welke op aandringen van de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog werd ingevoerd door de Nederlandse secretarissen-generaal. In april 1941 werden alle Nederlanders van veertien jaar en ouder verplicht tot het bezit van een persoonsbewijs. Het persoonsbewijs was ontwikkeld door de Nederlandse ambtenaar Jacobus Lambertus Lentz. In samenwerking met de Duitse bezetter wist Lentz een document te ontwikkelen dat het beste persoonsbewijs van Europa genoemd kon worden. Dit bewijs verschafte de Duitse bezetter een krachtig administratief middel voor zijn onderdrukkingspolitiek. Het systeem van persoonsbewijzen heeft duizenden mensen het leven gekost omdat het opsporing en arrestatie aanzienlijk vereenvoudigde. Het bewijs had op de voorkant een pasfoto. Andere gegevens die het bevatte waren: de vingerafdruk van de betrokkene, de woonplaats van de betrokkene, de geboortedatum en het geslacht. Datum van afgifte en nummer van het persoonsbewijs werden aangetekend in de gemeentelijke administratie, op de persoonskaart van die persoon. Op deze manier werd een vrijwel sluitende maatschappelijke herkenning gerealiseerd.

.

Een "Ausweis" was een vergunning en een vorm van legitimatie om ontheffing te kunnen krijgen van de Duitse bezetter op tijden, plekken of plaatsen waar de ausweis voor gold.

.

Arbeidsinzet/tewerkstelling (januari 1945).

Alle mannelijke ingezetenen die waren geboren in de jaren 1905 t/m 1928 moesten zich verplicht aanmelden voor de arbeidsinzet voor de Duitse Weermacht.
Mijn vader werd op woensdag 10 januari 1945 (s'avonds om 12 uur) tezamen met zijn broers Cor en Maarten vanuit Schiedam op transport (per goederentrein) gezet om in Duitsland dwangarbeid te gaan verrichten. E.e.a. tezamen met veel andere Vlaardingers. Het totaal aantal mensen welke tegelijk op transport werden gesteld bedroeg zo'n 2000 man. De andere ochtend werd er aangekomen te Amsterdam alwaar zij s'middags wat te eten en te drinken kregen....brood met een groot stuk kaas. Te Amsterdam werd men tevens ingeschreven en ging de reis per goederentrein om 6 uur verder om op zondagmorgen op de plaats van bestemming aan te komen.
De bestemming van o.a. de drie broers was het plaatsje Seesen (Harz) alwaar zij met 27 andere Vlaardingers tewerk werden gesteld bij de Spoorwegen. Mijn vader en zijn broer Cor kwamen in de machineloods te werken met o.a. Polen en Russen alwaar zij locomotieven moesten repareren. Broer Maarten werd langs de rails te werk gesteld om wissels schoon te houden, enz.

.

.

De verschillende berdijven te Seesen alwaar dwangarbeiders te werk werden gesteld:

.

.

De Bismarckstrasse 20 toen en het station van Seesen nu:

.

.

Na twee weken in Seesen te hebben gebivakkeerd werden mijn vader en zijn broer Cor zaterdags op kantoor geroepen. Hen werd medegedeeld, dat zij als automonteurs naar Karlsruhe af moesten reizen. Die zelfde avond vertrokken zij om tien uur, na afscheid te hebben genomen van broer Maarten, per trein richting Karlsruhe. Ook namen zij afscheid van ene Nico, neef van Cor's echtgenote. Eenmaal aangekomen te Karlsruhe werden zij ondergebracht in een Lager waar nog meer Hollanders bivakkeerden. Het Lager lag in het dorpje Malsch vlakbij.

.

Het station van Malsch heden ten dage:

.

.

Op 2 maart 1945 gebeurde het onvermijdelijke, alle kleding en spullen in het Lager foetsie, e.e.a. door snelle Amerikaanse duikboot-bommenwerpers (z.g. Jabo's...jachtbommenwerpers) die e.e.a. in brand hadden geschoten. Beide broers stonden nu op straat met hun vieze kloffie aan. Vader kreeg op die zelfde dag een ander "Dienstausweis" aangemeten. Het vreemde is daarbij, dat hij als 'Pool' en 'Ostarbeiter' genoteerd werd en dat zijn naam veranderde in Michiel i.p.v. Machiel. De "Ausweis" was tot 5 augustus 1945 geldig. Het is een feit dat vele/alle Poolse dwangarbeiders ook een dergelijke kaart hadden.

.

.

Twee bewaarde treinkaartjes, waarvan 1 maandkaart t/m de maand juni 1945:

.

.

Het station van Karlsruhe begin jaren '50:

.

.

Op 4 april 1945 werd Karlsruhe en omgeving bevrijd door de Franse troepen. Men ontfermde zich over de daar gestationeerde dwangarbeiders. Een feit is dat de Franse troepen niet lichtzinnig omgingen in het behandelen van de Duitse bevolking aldaar. Er werd o.a. veel geroofd en geplunderd om aan voedsel en kleding te komen.

Vader knipte in 1995 het volgende krantenartikel uit:

.

.

Enkele kiekjes tijdens en na de bevrijding van Karlsruhe:

.

.

Op 10 april 1945 werden de dwangarbeiders gerepatrieerd richting Frankrijk, naar Straatsburg in de Elzas. Daar aangekomen werd een ieder rijkelijk onthaald en kon men eten zoveel men wilde. Aangekomen in de grote slaapzaal was de eerste Vlaardinger die mijn vader zag zijn neef Jan de Willigen.

.

.

Na 2 dagen in Straatburg te hebben gebivakkeerd werd de reis voortgezet naar het plaatsje Cernon, alwaar een Hollands tentenkamp was opgeslagen. Een Nederlandse consul kwam er vertellen dat er nog niet naar Holland afgereisd kon worden daar Nederland nog niet geheel bervrijd was en dat er gebrek was aan voedsel. E.e.a. kon nog wel een paar maanden duren. Om de tijd te doden kon men zich inschrijven in Amerikaanse dienst...zo gezegd.....zo gedaan. Vader en broer Cor kwamen in verschillende groepen terecht die tevens naar verschillende dorpjes gingen. Er volgde dus een tijdelijk afscheid tussen de beide broers. Vader kwam met anderen in een klein plaatsje bij Nancy terecht alwaar zij ingelijfd werden bij de Amerikaanse troepen.

Vaders uitrusting op 9 mei 1945:

.

.

H.w. vaders gage in francs:

.

.

Vader was ingedeeld bij de Mobiele Burger Werk Compagnie:

.

.

.

.

Vaders maatjes, v.l.n.r. vader zelf, Freek Klokkemeier (Zaandam), F. Groothuizen (Alkmaar), H. Hoffer (Utrecht) en onbekend:

.

               

.

Vader en zijn broer Cor arriveerden op 26 juni 1945 weer in Vlaardingen, alwaar net mijn neef A. Westerdijk was geboren. De terugreis verliep over verzamelplaats Oudenbosch (was reeds in oktober 1944 bevrijd).

.

.

Over het verdere verloop in Duitsland van broer Maarten is niet veel meer bekend na het afscheid in Seesen. Wel is bekend dat broer Maarten een Vlaardings maatje had aldaar...ene Henk de Bruin (Bruijn ?). Maarten is ook weer in Vlaardingen terug gekomen...de datum is mij niet bekend.

.

Vader nam o.a. voor mijn moeder zeker een souveniertje mee...een stukkie zeep. Het doosje is altijd bewaard gebleven:

.

.

Op het laatst van vaders leven zocht hij contact met zijn oude maatje Freek Klokkemeier uit Zaandamen...en...gekregen ! Tot aan mijn vaders overlijden hielden zij zo af en toe schriftelijk of telefonisch contact. Toen mijn vader in 2001 overleed kreeg ik hr. Klokkemeier nog aan de telefoon....ik zat met een brok in de keel.... Niet veel later kreeg ik het bericht dat ook hr. Klokkemeier was overleden. NB. Na het overlijden van mijn vader ben ik de stamboom-Westerdijk uit gaan zoeken...wat blijkt/bleek....Freek Klokkemeier was ver verwant aan de fam. Westerdijk !! Dat hebben vader en Freek nooit geweten (?) en ik heb het hen ook nooit meer kunnen vertellen.......helaas.......