Een eerdere VL 199 "Martha Maria":

De stoomlogger VL 199 "Martha Maria" van de Maatschappij "Nommer Een", directie A. Hoogendijk Jzn. De werf van P. Smit te Rotterdam leverde dit schip in 1902 op en de VL 199 arriveerde op 30 april 1902 in Vlaardingen. Oorspronkelijk behoorde de VL 199 aan de "Reederij de Industrie", eveneens onder directie van A. Hoogendijk Jzn., wat te zien is aan de gele schoorsteen. Gemoderniseerd 1916 bij scheepswerf De Hoop, stoommachine 190 pk, I.A. Kreber te Vlaardingen. Op 7 mei 1917 werd de VL 199, tezamen met de VL 195 "Prins Hendrik der Nederlanden", door een duitse onderzeeer, d.m.v. tijdbommen, tot zinken gebracht. De bemanning van beide stoomloggers werden opgepikt door de houten logger MA 20 "Hoop op Zegen" en op 8 mei 1917 te Vlaardingen aan wal gebracht.

De in 1916 gebouwde stoomlogger VL 215 "Betsy" van de "Visscherij Maatschappij Vlaardingen". De "Betsy" werd in 1917 verkocht voor de vrachtvaart aan P.D.N. Jonckheer tot 1924 onder de naam "Vrede" (lees ook hieronder).

Bij de werf van A. de Jong ligt hier het stoomvrachtschip "Vrede". Het schip werd als VL 215 "Betsy" gebouwd bij de Gebr. Van der Windt en te water gelaten op 19 mei 1916. Na slechts een teelt werd het schip op 1 februari 1917 voor de vrachtvaart verkocht aan P.D.N. Jonckheer en omgedoopt in "Vrede". In 1924 werd de "Vrede" bij A. de Jong weer omgebouwd tot stoomlogger. De werkzaamheden werden begroot op f 10.000,-. Als VL 199 "Martha Maria" van de Doggermaatschappij nam de stoomlogger, onder schipper A. van Roon, weer aan de visserij deel.

De stoomlogger VL 199 ""Martha Maria":

Op 30 juli 1941 werd het schip gevorderd en door de bezetter als duiklogger "Kiel 12" in dienst gesteld voor de Kriegsmarine met als thuishaven Kiel. Na de oorlog werd het schip weer als stoomlogger in de vaart gebracht. De VL 199 "Martha Maria" werd in 1956 omgebouwd tot motorlogger en in 1965 voor de sloop verkocht.

De motorlogger VL 199 ""Martha Maria":


De vangst van de VL 216 "Hennie" wordt overgeheven aan boord van de VL 199 "Martha Maria" (rechts).